Onze beginnerscursus Spaans

Onze beginnerscursus Spaans bestaat uit 10 lessen van 75 minuten. Iedere week behandelen we één hoofdstuk uit onze eigen lesboek dat je inclusief krijgt. Je hoeft bij ons dus zelf geen lesmateriaal aan te schaffen. Na afloop van deze cursus kun je doorstromen naar het volgende niveau.

De lessen zijn erop gericht om je én structuur te geven zodat je de taal leert begrijpen én je zoveel mogelijk te laten oefenen. Dat is de reden dat we kiezen voor kleine groepjes. Je hebt maar eens per week een les, je enige kans om Spaans te spreken. Hoe kleiner de groep, hoe meer je met praten aan bod komt.

In de lessen wordt uitleg afgewisseld met mondeling oefenen. Daarnaast krijg je huiswerk. Het gaat om zelfstudie, schriftelijke oefeningen, maar het idee is ook dat je vanaf het eerste moment zelf, actief, met het geleerde aan de slag gaat: wat kun je nu eigenlijk allemaal al zeggen?

Woorden en grammatica leren is één ding, maar dat inzetten, kunnen praten, is best nog een grote stap. Daarom proberen we je daar zoveel mogelijk toe uit te dagen. Natuurlijk helpen we je daar ook bij.

Spaanse cursus Breda
cursus Spaans Breda

Wat doen we per les in het eerste lesblok?

Les 1:

We kijken naar de belangrijkste regels voor de uitspraak en oefenen daarmee. Daarna introduceren we de persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, …) en oefenen we met de vervoegingen van het werkwoord zijn (ser), waarmee je jezelf en anderen kunt beschrijven.

Les 2:

We kijken naar het geslacht van het zelfstandig naamwoord, en leren dat dit leidend is voor het lidwoord (de, het en een) en het bijvoeglijk naamwoord: el hombre viejo – la mujer vieja.
Daarnaast wordt het tweede werkwoord zijn (estar) geïntroduceerd, en we kijken naar de verschillen tussen ser en estar.

Les 3:

We kijken naar de regelmatige werkwoorden die eindigen op -AR, en leren die vervoegen. Daarmee kunnen we al best veel zeggen!

Les 4:

De overige regelmatige werkwoorden, eindigend op -ER en -IR komen aan bod. We kunnen steeds uitgebreidere gesprekjes voeren, zeker omdat we ook leren vragen naar iemands beroep en contactgegevens.

Les 5:

We oefenen meer met de regelmatige werkwoorden, lezen teksten en proberen mondeling vragen daarover te beantwoorden.

Lesboek Spaans, hoofdstuk 2

Les 6:

Nu wordt het pas echt leuk! We behandelen onregelmatige werkwoorden als willen, kunnen en hebben. Hiermee kun je ontzettend veel zeggen, bijvoorbeeld in het restaurant, in de winkel, op de markt, of op een terrasje. Je wilt immers vragen of men een tafeltje of de kaart heeft, en wilt nog wel een biertje of 2!
We leren nu ook tellen tot 100, zodat je de prijs ook verstaat!

Les 7:

Je leert je familie voor te stellen, en we behandelen de bezittelijk voornaamwoorden (mijn, jouw, etc.). Daarnaast kijken we naar het werkwoord moeten. Beetje bij beetje kun je steeds betere gesprekken voeren!

Les 8:

Om een echt gesprek te voeren, moet je wat over het verleden en de toekomst kunnen zeggen. Het is nog te vroeg om de verleden tijden te introduceren, maar het is vrij eenvoudig om het voltooid deelwoord (ik heb iets gedaan) te leren. Daarnaast kijken we in deze les naar een toekomstige tijd (ik ga iets doen).

Les 9:

We bestuderen werkwoorden zoals gustar. Hiermee druk je uit dat je iets lekker of leuk vindt en kun je dat natuurlijk ook aan iemand anders vragen.

Les 10:

We hebben je al heel veel aangereikt, maar nu is het de kunst om alle grammatica, structuren en woorden in te zetten om echt te gaan praten. In deze les kijken we terug op alle theorie én oefenen we met spreken.

Lesboek Spaans, hoofdstuk 6